Mini fietsvakantie door Dinkelland

Mini fietsvakantie door Dinkelland

Afgelopen weekend hebben mijn moeder en ik ruim 200 kilometer afgelegd op de fiets door de gemeente Dinkelland. Ik heb speciaal voor dit weekend een 2e hands lichtgewicht fietsje aangeschaft. Mijn moeder op de elektrische fiets en ik op mijn zware stadsfiets met mand leek mij vooraf een oneerlijke strijd en zeker met temperaturen hoog in de 20 graden ook geen pretje. Het avontuur begon dus bij mijn moeder achterop met gevulde fietstassen in de hand om mijn fiets op te halen. Ik had voor deze drie dagen 3 routes uitgestippeld via de fietsknooppunten. Rond 15.30 uur vertrokken we naar Lattrop. Bij erfgoed Bossem hadden we voor 2 nachten een kamer geboekt. En voor die avond een diner. Het eerste deel van de route ging over het vliegveld. Het blijft toch fascinerend om temidden van de weilanden grote vliegtuigen te zien staan. Verder zijn er nog de nodige bunkers en shelters te zien, de landingsbaan en nieuwe natuur. Een afwisselende route dus. Wel heel warm, want er is weinig bos te bekennen. Via het vliegveld fietsten we naar Oldenzaal. Aan het Hulsbeek maakten we de eerste tussenstop voor een drankje en een ijsje. Een voormalige boerderij is omgevormd tot een Rustpunt. Mijn moeder had het over een strandtent, nou mam dat was het niet helemaal. Daarna fietsten we verder om vervolgens te stoppen bij de Stiftschuur in het gehucht ‘t Stift. Wat een bijzondere plek is dit. Het Stift in Weerselo is een eeuwenoud beschermd dorpsgezicht. Een voormalig Benedictijnen-klooster uit de 12e eeuw en vanaf de 14e eeuw een Stift, waar ongehuwde dames van adel woonden. Je waant je hier terug in de tijd. Onder de bomen, aan een bistrotafeltje in het namiddagzonnetje gingen we zitten. We dronken een glas Rosé en namen wildzwijnkroketjes met mosterd als snack. Een wijntje en fietsen is geen hele goede combi zijn mijn moeder en ik meerdere keren achter gekomen. Met wat zware benen vervolgden wij de tocht.

Helaas hadden we geen tijd meer voor nog een tussenstop. En dus sjeesde we via Rossum, langs het Almelo – Nordhornkanaal en via Tilligte naar ons ‘hotel’. We moesten namelijk uiterlijk om 19.30 uur aanschuiven voor het diner en ik wilde heel graag eerst nog even douchen. Om 18.45 uur meldden wij ons bij de receptie. Erfgoed Bossem is een boerderij met vleeskoeien met als grootste activiteit nu de verhuur van hotelkamers,luxe safaritenten, kampeerplaatsen en trekkershutten (hele bijzondere, met een koepel om naar de sterren te kijken). De voormalige boerderij is omgebouwd tot recreatieruimte, eetgelegenheid, bar en boven zijn zes hotelkamers. Wij hadden een arrangement geboekt, 2 overnachtingen met ontbijt en een 3 gangen maaltijd. We beschikten over een zeer ruime sfeervolle kamer passend bij de stijl van de boerderij. Op het erf stonden bistrotafeltjes met vaasjes verse bloemen. Geen kaart, maar gewoon eten wat de pot schaft. Vooraf kregen we een carpaccio met mosterdsaus en als hoofdgerecht een steak met groenten met een lekkere saus. Het vlees uiteraard van eigen koeien. Daarna nog een heel lekker toetje (iets met mango, passievrucht en vanille ijs) Op de loungebanken aan de andere kant van het terras namen we nog een kop koffie en thee.

S nachts werden we verrast door een regenbui op onze dakramen. Dit is de laatste tijd zo zeldzaam, dat we er wakker van werden.
De volgende ochtend wachtte ons een uitgebreid ontbijtbuffet in het nog historische deel van de boerderij met de oorspronkelijke details. Rond 09.00 uur zaten we weer op het fietsje. Vandaag stonden Denekamp en Ootmarsum op het programma, uiteraard via een toeristische route. We gingen eerst een stuk noordwaarts waar we de molen van Lattrop passeerden en even later kasteel Brecklenkamp. Richting de Duitse grens passeerden we prachtige natuur en verder…niets. We waren nog de enigen op dit stuk. Onze eerste tussenstop was in Denekamp. Daar dronken we koffie en thee bij La Bomba. Zij staan bekend om hun ijs, bonbons en hun boltaartjes. Na de thee kon een bakje ijs dus niet ontbreken.

Na deze stop fietsten we verder naar kasteel en watermolen Singraven. We kochten kaartjes voor de rondleiding in het kasteel en omdat we ruim op tijd waren bezochten we ook de tuin. De tuin is, als je ervan houdt, een bezoekje waard. Er is een route die ondersteund met achtergrondinformatie ongeveer een uurtje in beslag neemt. Naast het mooie groen en de waterpartijen, zijn er beelden, reigers, zwanen en ooievaars en de moestuin die hoort bij het kasteel. En zo ben ik geweten gekomen waarnaar de panfluit vernoemd is. Ik wil deze kennis toch even met jullie delen.

De panfluit (ook wel herdersluit genoemd) is naar deze god genoemd en ontstond volgens de mythologie als volgt. Pan had een oogje op de nimf Syrinx maar hij had pech: Syrinx wilde maagd blijven. Terwijl Pan haar achterna zat bad de nimf tot de goden om verlost te worden van haar achtervolger.
Gaea, Moeder Aarde, hoorde haar noodkreet en schoot te hulp. Net op tijd veranderde ze Syrinx in een rietkraag. Pan zonk ontzet neer in het riet en zuchtte. Zijn adem werd opgevangen door het riet dat het geluid versterkte tot een klagerige zang. Pan plukte – geboeid door het geluid dat hij uit het riet hoorde komen – zeven rietstengels en maakte er een fluit van: de panfluit.

Na de wandeling zijn we gaan lunchen bij de watermolen Singraven. Het is een populaire plek en veel passanten houden hier een tussenstop. Daarnaast volgen de bruidsparen elkaar op om foto’s te maken in deze omgeving. Ik ging voor een pastasalade met buffelmozarella uit Denekamp. Na de lunch meldden wij ons samen met nog 28 anderen aan de poorten van landgoed Singraven. We werden enthousiast welkom geheten door 1 van de gidsen. Na een algemene inleiding over de historie van het gebouw (heel veel jaartallen en heel veel familienamen) werden we in 3 groepen verdeeld voor een rondleiding langs een groot deel van de kamers. De laatste particuliere bewoner/eigenaar, Willem Frederik Jan Laan (1891-1966), heeft in 1966 het landgoed, ook na forse verbouwingen en restauraties, in eigendom gegeven aan de Stichting Edwina van Heek. Daarbij is vastgelegd dat de door de heer Laan gedane aanpassingen behouden moeten blijven. Wat volgden waren kamers vol met antiek. Heel veel porselein, zilverwerk, glaswerk, schilderijen, meubels, oude boeken en allerhande, wat we nu zeggen woonassecoires. Deze meneer deed ongeveer hetzelfde als mijn moeder nu, namelijk spullen verzamelen. Alleen had deze man het vermogen om hele waardevolle spullen te vergaren en een iets groter huis om alles op te stellen. We keken onze ogen uit. De gids verteld allerlei verhalen en informatie over de spullen en de families die er gewoond hebben. Ik vond de rondleiding zeer de moeite waard.

We vervolgden onze route naar Ootmarsum, waar we onderweg nog een venijnig klimmetje moesten trotseren. Tijdens mijn weekend in Tubbergen kwam ik van de andere kant dus ik zag de bui al van verre hangen. Rond sluitingstijd kwamen we aan in Ootmarsum. Het werd dus door glazen turen. Ootmarsum staat bekend om haar galerieën en in het bijzonder om haar glaskunst. Ik moet zeggen niet echt mijn ding, maar voor wie ervan houdt is het prachtig. Ootmarsum heeft een mooi historisch centrum, maar persoonlijk voor mij te toeristisch. Ik was dus blij dat we net achter het centrale plein een leuke bar/restaurant vonden waar we konden eten en drinken. We gingen voor een Rosé en een hapjesplank. Wat was ik blij dat ik een schone set kleren had meegenomen, want wat was het warm die dag. Ik vraag mij af of de mensen de metamorfose van rood naar zwart-wit hebben opgemerkt.

Nadat we de batterij weer opgeladen hadden fietsten we terug naar Lattrop. Prachtig hoe de avondzon de velden kleurden. Ik kon niet stoppen met foto’s maken, zo mooi. In de verte zagen we donkere lucht en we hoorden het licht onweren, maar regenen heeft het daar die avond niet gedaan. We waren best een beetje moe, dus na de douche zijn we lekker gaan slapen.

De volgende ochtend met het geloei van de koeien opgestaan. Ze zijn wel goed opgevoed, want voor 07.00 uur hoor je ze niet. Na het ontbijt, met deze ochtend gerookte zalm bij het ontbijt, zijn we uitgecheckt en waren we klaar voor de terugreis. De terugreis ging voor een groot deel door Duitsland. Vlak voordat we de grens overgingen maakten we in Berghum nog kennis met een Klöpkeshoes. Rond de wisseling van de 19e naar de 20e eeuw was op diverse Twentse boerenerven nog een Klöpkeshoes te vinden. Het waren woningen van ongehuwde vrouwen, die veel tijd doorbrachten met bidden. De aanwezigheid van een klöpkeshoes aan de Stroothuizerweg werd in 1957 ontdekt. Toen door de uitbreiding van het boerenbedrijf de bouwvallige schaapskooi inclusief het klöpkeshoes dreigden te worden opgeruimd, heeft de VVV Denekamp dit bouwval in 1970 gekocht, mede op aandringen van derden en op advies van een plaatselijk architect. Een plaatselijk aannemer bood de VVV aan het gratis vakkundig af te breken, zodat de onderdelen weer gebruikt konden worden bij de herbouw aan de Mekkelhorsterstraat, niet ver van de de oorspronkelijke bouwplaats. In hun vrije tijd hebben de buurtbewoners van Berghum het klöpkeshoes in 1988 weer opgebouwd. Het is nu al vele jaren doorlopend te bezichtigen. Na een uitgebreide fotosessie vervolgden we onze weg en doken we de grens over. We fietsten via Bad Bentheim, Gronau en Epe naar huis. Onderweg stopten we nog voor een kaffee und kuchen en een schnitzel met champignonsaus. Allemaal op mooie locaties,o.a. bij de dreiländersee, maar dat traditionele Duitse gebeuren spreekt mij toch minder aan. Ook de route vond ik minder mooi, en vooral minder afwisselend dan door Nederland. Al met al toch genoeg moois gezien, vooral bepaalde delen van Gronau en Epe en het laatste stukje door het Aamsveen.

De gemeente Dinkelland heeft heel veel te bieden, teveel voor een weekend. En wat hadden we een geluk met dat mooie weer.

Please follow and like us:


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *


Enjoy this blog? Please spread the word :)